Je herkent het vast wel, je wilt een weekendje weg met vrienden en gaat zoeken naar een accommodatie. Na een tijdje zoeken komen jullie uit bij Airbnb en vinden jullie een mooi en niet al te duur huisje. Daarmee hebben jullie, net als heel veel andere mensen tegenwoordig, gebruik gemaakt van de platformeconomie.  

Allereerst is het belangrijk om het onderscheid tussen de deeleconomie en de platformeconomie duidelijk te maken. Deze worden vaak met elkaar verward, maar zijn niet helemaal hetzelfde. In de deeleconomie draait het, zoals het woord al zegt, om het delen van goederen. Het gaat hier niet om winst maken. Een voorbeeld hiervan is Peerby, waarbij men in de buurt spullen kan lenen en uitlenen. Op deze deeleconomie zal verder in deze blog niet worden ingegaan. Dat is een groot verschil met de platformeconomie. Hierin worden diensten aangeboden via (meestal) online platformen.1 Uber en Airbnb zijn bekende voorbeelden van deze online platformen. Iemand biedt hier een bezorgdienst, taxirit of kamer aan via de desbetreffende app en consumenten kunnen hier vervolgens op reageren. Deze platformen waarop vraag en aanbod bij elkaar komen, worden alsmaar populairder en groter. De regulering hiervan veroorzaakt steeds vaker problemen.2 Ik zal in deze blog verder ingaan op de populariteit van deze platformen en vooral op de problematiek die dit met zich meebrengt.

De populariteit

Tegenwoordig zijn er zo’n 140 deelplatformen actief op de Nederlandse markt en heeft één op de acht Nederlanders wel eens geld verdiend via een van deze platformen.3 De reden die hiervoor wordt gegeven, is dat platformwerk divers is. Het is een gemakkelijke bijverdienste en er is veel kans op werk doordat er wereldwijde toegang is tot de klussen. Naast dat platformwerk vaak wordt gezien als bijverdienste, is uit onderzoek gebleken dat voor 20% van de mensen die via platforms werkt, dit voor hen de enige bron van inkomsten is.4 Dit zijn behoorlijke aantallen en een ontwikkeling om serieus rekening mee te houden. Maar waarom wordt er zoveel gebruik gemaakt van deze platformen? Dat heeft mede te maken met de eenvoud van het consumeren van een dienst die wordt aangeboden door een platform. Bijna iedereen heeft tegenwoordig een mobiel of laptop waarop met een paar klikken de dienst te bestellen is.5 Je hoeft niet meer fysiek naar een winkel toe. Dit is makkelijk en bespaart veel tijd. Daarnaast zijn de prijzen vaak lager en bestaat er een waarderingssysteem waarmee je kan zien welke werker het best gewaardeerd wordt. Op deze manier kan de consument de kwaliteit van de te consumeren dienst kiezen.

Arbeidsovereenkomst?

De populariteit van deze platformen neemt ook een heleboel problemen met zich mee. Een voorbeeld hiervan is de rechtszaak over Deliveroo. Hierin speelde de vraag of de desbetreffende maaltijdbezorger een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW had met Deliveroo.6 Geoordeeld werd dat de maaltijdbezorger op zzp basis werkt, omdat dit in casu duidelijk aan de werknemer was medegedeeld. Een zzp’er behoort een geheel zelfstandig ondernemer te zijn, maar dit is bij Deliveroo en andere platformen die op deze manier te werk gaan niet het geval. Het platform bepaalt het inkomen van de ‘werknemer’ en heeft vaak ook invloed op wanneer en waar zij moeten werken.7

Naast de vraag op wat voor basis de ‘werknemer’ werkt voor het platform, bestaat er ook de vraag of de ‘werknemer’ recht heeft op arbeidsrechtelijke bescherming.8 Want wat als de bezorger van je eten valt met zijn fiets. Wie is er dan aansprakelijk voor de lichamelijke klachten die daar het gevolg van kunnen zijn?

Platforms stellen zich vaak op het standpunt dat zij enkel dienen als intermediair tussen vraag en aanbod, en geen werkgever zijn. Zij zijn daarom niet geboden aan het arbeidsrecht of CAO’s die binnen de desbetreffende sector zijn opgesteld. Dit brengt met zich mee dat zij geen sociale premies hoeven te betalen, er geen sprake is van ontslagbescherming en geen (betaald) zorg- of zwangerschapsverlof bieden. Deze kosten komen allemaal voor rekening van de werknemer, die er zelf voor moet kiezen om zich te laten verzekeren of een pensioen op te bouwen.9 Doordat het arbeidsrecht niet van toepassing is, hoeft het platform zich niet te houden aan het minimumloon en kunnen de prijzen laag blijven.

Het waarderingssysteem

Zelfs als er wordt geoordeeld dat er wel sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen het platform en de werknemer, volstaat het huidige arbeidsrecht niet met de werking van platformen. Dit kan bijvoorbeeld komen door het gebruik van een waarderingssysteem. Nadat je een ritje met de taxi hebt gemaakt via Uber, kan je via de app de chauffeur beoordelen. Logischerwijs komt een werker met een hoge waardering makkelijker in aanmerking voor een klus, dan een werker met een lage waardering. Het kan daardoor voorkomen dat je als werker een tijd geen klussen hebt, omdat niemand jou uitkiest voor zijn klus. Geen werk betekent geen loon. De vraag is nu of een werkgever zo’n systeem mag gebruiken op basis waarvan werknemers makkelijker of moeilijker aan werk komen. Want wat als zij dan geen werk hebben, is het niet doorbetalen van loon dan in strijd met art. 7:628 BW? In dit artikel is geregeld dat de werknemer het recht op het vastgestelde loon behoudt, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen.10 Hieruit zal dus afgeleid kunnen worden dat wanneer een werknemer geen werk heeft omdat hij een lage waardering heeft, het platform alsnog loon uit moet keren omdat het platform verantwoordelijk is voor het waarderingssysteem.11 Een probleem waar je met het gebruik van het huidige arbeidsrecht tegenaan loopt.

Oneerlijke concurrentie

Het laatste punt waar in deze blog aandacht aan wordt besteed, is de oneerlijke concurrentie die platformen veroorzaken. Eerder is al genoemd dat platformen niet gebonden zijn aan het arbeidsrecht en dus geen sociale premies en dergelijke hoeven te betalen en niet gebonden zijn aan een minimumloon, waardoor zij lonen laag kunnen houden. Dit is goed te zien als je kijkt naar Helping, een platform dat schoonmaakhulp aanbiedt. Een schoonmaker via een uitzendbureau werkt onder een arbeidsovereenkomst en heeft dus recht op het minimumloon. Dit is vaak meer dan het loon dat gevraagd wordt via Helping, waardoor er sneller voor het platform wordt gekozen.12 Een ander voorbeeld is het verhuren van een kamer of woning via Airbnb. Wat ooit begon met een mooi idee om je woning ter beschikking te stellen aan toeristen, is uitgegroeid tot een medium waarmee erg veel geld wordt verdiend. Doordat verhuurders vaak niet over de juiste vergunningen beschikken en bijna geen toeristenbelasting betalen, vormen zij een oneerlijke concurrentie tegenover hotels. Voor platformen is op dit gebied nog niet of nauwelijks enige regelgeving.13

Het gebruik van platformen is erg populair en kent vooral voor consumenten erg veel voordelen. Helaas zijn er aan dit gebruik ook vele nadelen verbonden, die grotendeels worden veroorzaakt door gebrekkige regelgeving. Het is nu de vraag of en wanneer deze wet- en regelgeving wordt aangepast zodat niet alleen de consument, maar ook de werker en derden volop kunnen genieten van de groeiende platformeconomie.

Namens de redactiecommissie,

Marit Jeeninga

 

  1. ‘Deeleconomie vs. Platformeconomie’, magik.be, 1 februari 2017, online via: https://www.magik.be/2017/02/01/deeleconomie-vs-platformeconomie/
  2. E. Hermanides, ‘De deeleconomie heeft zijn onschuld verloren’. trouw.nl, 2 september 2017, online via: https://www.trouw.nl/home/de-deeleconomie-heeft-zijn-onschuld-verloren~ae430509/