LISA – Law & ICT Students’ Association|Bestuur@lisa-groningen.nl

Jurisprudentie: inbreuk op het privacyrecht door Google

Home » Nieuws » Jurisprudentie: inbreuk op het privacyrecht door Google

Jurisprudentie: inbreuk op het privacyrecht door Google

Jurisprudentie: inbreuk op het privacyrecht door Google

ECLI:NL:RBAMS:2014:6118

Het geschil:

Eiser is te zien in een aflevering van het programma ‘Misdaadverslaggever’ op SBS 6. De man heeft op deze beelden contact met een huurmoordenaar en maakt met die persoon ook plannen om een ander van het leven te beroven. Hij wordt volledig herkenbaar in beeld gebracht, inclusief zijn voornaam en de eerste letter van zijn achternaam. De man is door de rechtbank veroordeeld voor het delict poging tot uitlokking van huurmoord. Hij is hier echter tegen in beroep gegaan en wacht nog op de uitspraak van het gerechtshof.

Op internet staat allerlei informatie over hem en over het begane delict. Hij stelt dat Google Netherlands, dan wel Google Inc deze informatie weg moet halen uit de zoekresultaten. Hierbij beroept eiser zich op de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Daarnaast noemt hij ook een arrest van het Hof van Justitie van de EU, het zogenoemde Costeja-arrest.

Het Costeja-arrest:

In dit arrest heeft een Spaanse rechter prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie. Allereerst heeft het Hof buiten twijfel gesteld dat een zoekmachinedienst gelijk moet worden gesteld met een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de huidige EU-richtlijn voor de bescherming van persoonsgegevens. De exploitant is volgens het Hof verantwoordelijk voor de gegevens die uit de zoekmachine komen.

Het Hof hanteert een ruime uitleg wat betreft de territoriale werking van de richtlijn. Hierdoor valt Google ook onder deze richtlijn, ondanks dat Google vanuit buiten Europa wordt aangestuurd.

In dit arrest wordt de omvang van de verantwoordelijkheid van Google wat betreft de grondrechtelijke rechten van de betrokkene bij verwijdering van ‘de zoekresultaten’ als zwaarwegender geacht dan het economische belang van Google. Met de zoekresultaten wordt hierbij gedoeld op informatie die niet of niet langer verwerkt mag worden.

Het Hof kent hier een ruime uitleg toe aan de rechten van de betrokkene die betrekking hebben op correctie, uitwissing en afscherming van gegevens.

Oordeel van de rechtbank:

De vorderingen tegen Google Netherlands worden afgewezen. Google Inc moet worden aangemerkt als de verantwoordelijke voor de zoekresultaten. Op grond van het Costeja-arrest is Google Netherlands dan ook niet verantwoordelijk in de zin van de Wbp.

Wat betreft de vorderingen tegen Google Inc wordt allereerst opgemerkt dat, vanwege de maatschappelijke functie van Google, er terughoudend moet worden geoordeeld over vorderingen die strekken tot het beperken van zoekresultaten van Google. Dit soort verzoeken mogen niet snel worden aanvaard.

Eiser beroept zich op de artikelen 36 en 40 Wbp. Volgens het Costeja-arrest is bij art. 36 Wbp van belang ‘of de verkregen informatie, gelet op het geheel van de omstandigheden van het geval, ontoereikend, niet of niet meer ter zake dienend of bovenmatig is ten aanzien van het doel van de betrokken verwerking door Google Inc’.

Bij art. 40 Wbp in combinatie met het Costeja-arrest moet worden onderzocht ‘of zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die verband houden met de bijzondere situatie van eiser zich ertegen verzetten dat hem betreffende gegevens het voorwerp van een verwerking vormen’.

Het recht op privacy van de eiser, art. 8 EVRM, en het recht op informatievrijheid van Google Inc, art. 10 EVRM en art. 7 Gw, zijn twee rechten die bij toepassing van art. 36 en 40 Wbp goed in het oog moeten worden gehouden. Daarnaast zijn de belangen van de internetgebruikers, webmasters en aanbieders van informatie relevant.

De rechtbank oordeelt dat het plegen van een misdrijf simpelweg het gevolg heeft dat de dader dan negatief in de media zal komen. De dader moet de gevolgen van zijn eigen handelingen dragen.

Wat betreft het Costeja-arrest op dit punt, worden alleen die personen beschermd die langdurig op het internet ‘achtervolgd’ worden door berichten die ‘irrelevant, ‘buitensporig’, of ‘onnodig diffamerend’ zijn. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zullen negatieve kwalificaties over een dader van een ernstig misdrijf als ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ worden beoordeeld.

Conclusie: de rechtbank wijst alle vorderingen van eiser af.

Bovenstaand arrest is een interessant voorbeeld van de gevolgen van het Costeja-arrest. Over het Costeja-arrest is namelijk veel ophef geweest. Het lijkt erop dat er dus niet snel vorderingen tot verwijdering van belastende zoekresultaten zullen worden toegewezen.

Het Costeja-arrest is zeker baanbrekend, zoals velen het noemen, maar het is nog maar afwachten of er veel succesvolle vorderingen tot verwijdering van zoekresultaten zullen komen.

Wij vinden in ieder geval dat de rechtbank wel erg strikt het arrest toepast. Het recht van privacy is in onze ogen belangrijker dan het recht op informatievrijheid. Schending van je privacy, zeker op het internet, kan zware gevolgen hebben voor de rest van je leven. Op internet verspreidt nieuws zich razendsnel. Als die informatie dan ook nog eens bijna nooit zal kunnen worden verwijderd van zoekresultaten, is het lastig om bijvoorbeeld ooit nog een baan te kunnen krijgen.

Natuurlijk is het voorkomen van belastende informatie op internet onmogelijk, maar er zijn wel mogelijkheden om deze inbreuk van privacy te verzachten, bijvoorbeeld dus door het verwijderen van bepaalde zoekresultaten.

Wij zijn erg benieuwd naar jullie mening hierover. Hoe zou jij het vinden als jouw naam samen met belastende informatie uit Google rolt? Heeft de rechtbank hier terecht alle vorderingen afgewezen?

Liefs, de redactiecommissie.

2016-10-14T22:19:24+00:00december 25th, 2014|Nieuws|

Leave A Comment