LISA – Law & ICT Students’ Association|Bestuur@lisa-groningen.nl

Selectie op cijfergemiddelde voor je master, hoe rechtvaardig is dit?

Home » Uncategorized » Selectie op cijfergemiddelde voor je master, hoe rechtvaardig is dit?

Selectie op cijfergemiddelde voor je master, hoe rechtvaardig is dit?

 

Wellicht verwachten jullie dat er een IT-recht gerelateerd stuk geplaatst wordt, echter is er deze week vanuit ons de noodzaak om het te hebben over iets wat jullie als studenten raakt, of je nou IT-recht, notarieel recht of econometrie studeert. Deze blog vervangt dan ook de wekelijkse post op zondag.

Nieuwsberichten rondom de invoering van extra strenge selecties aan de poort bij masters dankzij een nieuwe wet, worden pas sinds kort echt gegenereerd. De mogelijkheid voor universitaire masters bestaat echter al sinds het studiejaar 2014-2015 dankzij minister Jet Bussemaker. Er valt veel informatie te halen uit de brief die zij verzond aan de colleges van bestuur van de instellingen voor hoger onderwijs. Belangrijkste en meest bediscussieerde item van deze wet is natuurlijk het cijfergemiddelde, want er zijn al een aantal masters die een 7.0 als cijfergemiddelde eisen. Dit stuk is afkomstig van iemand die exact op de grens zit van het voornoemde cijfer en helemaal aan het eind van zijn bachelorfase, des te meer reden om me te verdiepen in deze kwestie.

Selectie van studenten wordt al sinds 2002 aangemoedigd door een meerderheid in de politiek. Het begon met het opknippen van studies in een bachelor en masterfase, daarna kwam de ‘harde knip’, waarbij studenten geen mastervakken meer in de bachelorfase mochten volgen en nu dus de (voorlopig) laatste mokerslag voor de trouwe volgers van de studententien. Maar wat is nu de reden dat een meerderheid in de Tweede Kamer zo achter deze wet staat?

Uitspraken in de politiek zijn:“Wanneer je selecteert op bijvoorbeeld een cijfergemiddelde, zou gemiddeld genomen de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaan. Ook wordt het gehele hoger onderwijs hier toekomstbestendiger door en krijgen opleidingen een meer eigen karakter”. Vrij abstracte redeneringen, maar zoals altijd is er een hoofdreden aan te wijzen, die jullie allemaal al kunnen raden: geld. Er zijn namelijk prestatieafspraken gemaakt door het ministerie met elke universiteit, hoe beter de prestaties, hoe meer geld. De universiteiten is gevraagd om zich te specialiseren en op hun gebied tot de wereldtop te gaan behoren, of dit nu betrekking heeft tot de arbeidsmarkt of tot onderzoeken, dit mochten zij zelf invullen. De link naar studenten selecteren is ook op bestuurlijk niveau snel gelegd, want hoe beter je masterstudenten presteren, hoe meer geld je vangt.

Natuurlijk is het een goed streven om de universiteiten naar een hoger niveau te tillen op enkele specialisatiegebieden, maar waarom dan een wet aannemen waarin elke masteropleiding ineens eisen kan gaan stellen? Als tegenprestatie is er een clausule in de wet opgenomen om elke bachelorstudent op ten minste één aansluitende master in

Nederland toe te laten. Is het niet veel slimmer om de boel om te draaien, zorgen dat een gespecialiseerde master in Nederland op een bepaald vakgebied een toelatingseis kent en de rest niet? Op de eerste manier creëer je namelijk het idee van een afvalputje, iedereen die niet goed genoeg is gaat maar naar de ‘kneuzenuni’. Met het tweede idee stimuleer je de echt excellente studenten juist om daar aan de slag te gaan en is daadwerkelijk je papiertje meer waard. De exacte cijfers heb ik niet, maar als ik om mij heen kijk zal praktisch de helft van alle bachelorstudenten recht in Nederland in het ergste geval (overal toelatingseisen) zometeen in dezelfde stad een master gaan doen, die bij elk bedrijf te boek zal staan als ‘het afvalputje’ op dat gebied. Dat komt er dus op neer dat een afgeronde bachelor met een cijfergemiddelde onder de 7.0 vrij waardeloos wordt en in praktisch opzicht hetzelfde is als een HBO-diploma.  

Dan heb ik het nog niet eens over de plotselinge mogelijkheid tot invoering van een toelatingseis. Studiejaar 2014-2015 was de eerste mogelijkheid tot het invoeren van een toelatingseis, geen enkele student heeft er daarvoor aan gedacht. De gemiddelde bachelor duurt ten minste drie jaar. Voor de mensen die nu in het jaar 2015-2016 of volgend studiejaar hun bachelor afronden, komt de maatregel dus als een donderslag bij heldere hemel. Iemand die al twee jaar of meer bezig is met zijn bachelor en op elk kantoorbezoek gehoord heeft ‘je master is het belangrijkst’, kan ineens tegen een hoop verloren jaren oplopen, wanneer hij alleen maar toegelaten wordt tot de zesjes-master. Het doet een beetje denken aan de plotselinge invoer van de gefaalde langstudeerboete. Hoeveel kun je halverwege je studie, of met nog maar een paar vakken te gaan, nog aan je cijfergemiddelde doen? Het is onredelijk om voor het studiejaar 2017-2018 dergelijke eisen aan cijfers te gaan stellen voor een master. Een bestuursjaar, stages, ongemotiveerd dankzij brede bachelor (specialisatievakken wel gemotiveerd) of andere activiteiten, er zijn tal van redenen te bedenken waarom iemand zich met zesjes zijn bachelor heeft verschaft. Laten we daarbij niet hypocriet doen, want iedereen weet dat er in de bachelor sowieso minder gestudeerd wordt dan tijdens de master.

Adequaat, genoeg, toereikend, geschikt, gevoeglijk en volstaand. De vorige zin geeft de synoniemen van voldoende weer, oftewel een zes. Als je deze terminologie koppelt aan een bachelordiploma, geef je dan met een toelatingseis op basis van een cijfer voor je eigen master als universiteit niet impliciet toe dat je relevante bachelor niet op niveau is? Ik zou zeggen, steek de energie in een toereikende bachelor of maak hem moeilijker, maar ga niet aan de masterpoort selecteren. Zo wordt de zesjes-cultuur een zeventjes-cultuur.

Namens de redactiecommissie,

Max Landkroon

 

2016-10-14T22:19:21+00:00januari 14th, 2016|Uncategorized|

Leave A Comment