“Klootzak.” “Ga terug naar je eigen land.” “Vieze Marokkaan.” Een kleine greep uit de haatreacties op diverse sociale media als Facebook, Instagram en Youtube. Voor velen komen ze niet onbekend voor en daar ligt het probleem: typend Nederland blijkt niet erg lief voor elkaar te zijn. Toch staan we in de top vijf gelukkigste landen ter wereld.1 Je zou denken, geen reden om op elkaar te gaan haten in de comments. Niks is helaas minder waar. Daarom is het tijd voor verandering. Hierbij leg ik je uit waarom Nederland het voortouw zou moeten nemen in het bestrijden van online haat.

Nederland staat in veel top 5-lijstjes bovenaan: geluk, welvaart, beste economieën, om maar wat voorbeelden te noemen. Toch staan we bijna nooit op één in de lijst. Op welke lijst staat Nederland wel op één? Haatberichten. Ja, je leest het goed. Niet het Midden-Oosten, niet de Verenigde Staten, nee, wij staan bovenaan in de lijst met het aantal haatberichten op Facebook. Er wordt in Nederland online zelfs zoveel met kanker gescholden, dat Facebook is opgehouden met het behandelen van die berichten omdat dat ondoenlijk zou zijn. Het aantal meldingen van haatdragende berichten, zo’n 8000 per dag, houdt de Facebook moderatoren bovendien zo erg bezig, dat moderatoren uit andere landen de Nederlandse moderatoren moeten helpen om de berichten te beoordelen.2 That’s how you know you fucked up. Nederland is dus leidend in het aantal haatberichten, maar de wetgever doet er niks aan. Ja, sociale mediabedrijven hebben hun eigen protocol voor het verwijderen van haatdragende berichten. Dit betreft echter alleen passieve verwijdering: ze verwijderen alleen als jij vraagt om verwijdering. Nederland is een walhalla voor haatreacties en daarom zou juist onze Tweede Kamer zich moeten inzetten voor een meer vredelievend internet.

Bovendien is er in de EU een klimaat gecreëerd waardoor de aanpak van haatreacties ook kán. Onlangs heeft het Europese Hof van Justitie in de zaak Eva Glawischnig-Piesczek/Facebook Ireland Limited (C-18/18) bepaald dat de rechter een bedrijf zoals Facebook op mag leggen om een haatbericht op het internet te verwijderen.3 Een kanttekening hierbij is wel dat het moet gaan om een bericht dat vergelijkbaar is aan een bericht dat eerder als onrechtmatig is bestempeld door een rechter. Facebook moet het hele web dus afpluizen naar eenzelfde bericht als het onrechtmatige bericht en deze dan verwijderen. Doet het dat niet, dan kan de rechter Facebook daartoe dwingen.

Met deze ontwikkeling lijkt het Hof zich aan te sluiten op een wet die al eerder is aangenomen door het Duitse parlement. De wet, die de typisch Duitse naam ‘Netzwerkdurchsetzungsgesetz’ draagt, bepaalt dat bedrijven bij een melding binnen 24 uur een haatdragend bericht móeten verwijderen. Doen ze dat niet, dan kunnen ze een fikse boete verwachten die kan oplopen tot 50 miljoen euro. Voor Facebook betekende dit dat het aan iedere sociale mediagebruiker nieuwe manieren moest bieden om berichten te rapporteren en duizenden nieuwe Duitse moderatoren aan moest nemen.4 En er wordt gehandhaafd want een schending van de ‘NetzDG’ zorgde ervoor dat Facebook een boete van 2 miljoen euro kreeg.5 Wat Duitsland kan, kunnen wij ook toch?

Toch moet ik hier een kanttekening bij plaatsen. Uit de jaarrapporten van Google en Facebook blijkt dat het overgrote deel van de haatdragende berichten al wordt verwijderd op grond van de community guidelines, oftewel de regels die Google en Facebook al hadden. Maar een klein deel, zo’n 20 procent van de totale verwijderingen, was op grond van de ‘NetzDG’.6 Wel merkt Amélie Heldt terecht op dat de NetzDG de bedrijven ertoe heeft gedwongen om op te treden tegen online haat, wat ook al een prestatie op zich is.7

Daarbij staan sociale mediabedrijven er zelf ook voor open. Zo heeft Instagram onlangs aangekondigd te gaan starten met een proef die actief haatcomments gaat proberen te bestrijden. Het idee is dat wanneer je een haatbericht wil plaatsen, het AI-algoritme van Instagram dit signaleert en je gaat vragen of je wel zeker weet of je dit wil plaatsen. De gebruiker krijgt dan vervolgens de optie om de comment te verwijderen of alsnog te plaatsen. Instagram zal de verantwoordelijkheid dus meer bij de gebruikers leggen, wat een goed initiatief is.8 Bovendien gaat Instagram de feature ‘beperken’ introduceren. Dit houdt in dat je een gebruiker letterlijk kunt beperken, waarbij zijn comments voor niemand dan hemzelf zichtbaar zijn en hij niet kan zien wanneer je actief bent op Instagram. Waarschijnlijk denk je nu bij jezelf; je kan toch ook iemand gewoon blokkeren? Instagram merkt hier terecht over op dat dit de situatie juist kan laten escaleren, vooral als het iemand uit je eigen kring betreft. Vandaar de beperk-actie, waarbij de ‘beperkte’ ook niet door heeft dat hij beperkt is.9

We zijn wereldkampioen haatberichten sturen en die titel zullen we ook nog wel even vasthouden. Het lijkt er namelijk niet op dat de politiek op korte termijn zal ingrijpen. De EU heeft de deur er echter wel voor open gezet, ons buurland heeft het al aangepakt en internet-technisch is het aanpakken van haatberichten ook mogelijk. Daarom zou juist ons land bij uitstek geschikt zijn om op te treden tegen de haatberichten. Wat houdt onze wetgever dan tegen om (verder) in te grijpen? Voor nu zal dat een raadsel zijn. Tijd om maar wat te gaan haten op de Instagram van een politieke partij nu het nog kan.

Namens de redactiecommissie,

Iris Haringsma

  1. De Volkskrant, “Nederland staat nu in de top vijf gelukkigste landen ter wereld”, 20 maart 2019, te vinden op www.volkskrant.nl (laatst geraadpleegd 2 november 2019).