LISA – Law & ICT Students’ Association|Bestuur@lisa-groningen.nl

Sekshandel en het vrije internet

Home » Blog » Sekshandel en het vrije internet

Sekshandel en het vrije internet

Laten we onze blik even richten op supermacht Amerika. Op 11 april 2018 heeft Trump de FOSTA-SESTA wet getekend.1

De bedoeling van die wet is het tegengaan van prositutie en sexhandel. Websites die prostitutie faciliteren of adverteren zijn volgens de wet roekeloos geweest in het toestaan van handel in slachtoffers van de sexindustrie en hebben niks gedaan om de handel in onder andere kinderen en fraude te voorkomen.2

Sinds 1996 werden Amerikaanse websites beschermd door de zogenoemde Communications Decency Act. Section 230 zegt dat websites niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor inhoud die de gebruikers van die websites delen.

Daar komt verandering in.

 

‘Sextrafficking’

De nieuwe wet FOSTA geeft een bijzondere wijziging aan section 230. De wet zegt namelijk dat laatstgenoemde nooit bedoeld was om websites die prostitutie en sekshandel bewust faciliteren of promoten te beschermen. Met ingang van nu lopen websites die prostitutie of sekshandel faciliteren gevaar, maar ook websites die van het bestaan dergelijke content afweten.

Zoals eerder genoemd is de wet bedoeld om sekshandel van kinderen (waaronder kinderporno), onvrijwillige prostitutie en andere nare praktijken tegen te gaan. Zo laten ze het in ieder geval lijken. Het probleem is echter: de wet maakt geen echt onderscheid tussen consensueel sekswerk en gedwongen sekswerk.

Voor de duidelijkheid: de term sekshandel (‘sextrafficking’) doelt op de illegale en onvrijwillige handel in mensen, waaronder kinderen. Sekswerkers werken per definitie vrijwillig in de seksindustrie (zo niet dan spreekt men van sekshandel), denk daarbij aan webcammodellen, strippers en prostituees.

Juist de sekswerkers hebben last van de wet. Oppositie van de wet stelt – enigszins begrijpbaar – dat sekswerkers juist kwetsbaarder worden door de nieuwe wet en meer gevaar lopen voor kwaadwillenden. Die dingen die sekswerk reguleerden en veilig maakten worden namelijk de grond ingedrukt. Waar je voorheen bij je klanten kwam middels advertenties, fora, twitter en andere social media, moet je nu andere, veelal onveiligere methodes vinden waarbij er minder mogelijkheden zijn om je klanten te screenen. Pooiers zouden de rol van klantenwerving weer kunnen overnemen, met alle negatieve gevolgen van dien. Samengevat wordt alle communicatie van sekswerkers onderling en met klanten weggeschoven naar de ‘onderwereld’.

Sexueel getinte content

Twitter, Reddit, Instagram, Facebook, Skype, Tinder, Grindr, Google en noem het maar op, worden wettelijk aansprakelijk gehouden voor wat hun gebruikers allemaal zeggen en doen. Wat die dienstverleners daar tegen kunnen doen? Zij kunnen hun gebruikers afluisteren.

Onder FOSTA kan het zijn dat informatiedienstverleners je (als Amerikaanse inwoner) gaan afluisteren, om zo aansprakelijkheid te vermijden. Ze moeten er immers voor zorgen dat ze geen ‘verkeerde dingen’ faciliteren. Zelfs als je een spannend gesprek hebt met je partner via Skype, zou je beeld zomaar eens op zwart kunnen gaan, zo stelt een woordvoerder van de Nederlandse vakbond voor sekswerkers, PROUD bij BNR Nieuwsradio.3

Ook zijn er voorbeelden dat filmpjes en foto’s met sexuele content zonder meer door Google zijn verwijderd uit Google Drive accounts.4

Een realistisch alternatief voor het geldverslindende afluisteren van je gebruikers is het blokkeren van bepaalde nummers of accounts, wat neerkomt op preventieve censuur.

Al met al doet deze wet precies het tegenovergestelde van wat het zou moeten doen: het brengt juist meer slachtoffers in de sexindustrie. Daarbij is er met deze wet ruimte gegeven om een enorme inbreuk op ieders recht van vrijheid van meningsuiting en privacy teweeg te brengen. Het vrije internet staat onder druk.

Aansprakelijkheid in Nederland

Gelukkig is het in ons landje toch een stuk beter geregeld. Artikel 6:196c BW zorgt ervoor dat bepaalde categorieën internetdienstverleners niet aansprakelijk zijn voor de content van degenen die van die diensten gebruik maken. De bepaling is een implementatie van artikelen 12 tot en met 15 van de Europese Richtlijn 2000/31/EG en is ongeveer in dezelfde woorden overgenomen. Het komt er op neer dat de verschillende dienstverleners niet aansprakelijk zijn voor de informatie als zij zich niet met die informatie hebben bemoeid. Via de rechter kunnen ze nog altijd wel worden opgedragen informatie te verwijderen, maar in beginsel zijn ze dus niet aansprakelijk.

De aansprakelijkheid is nooit helemaal uitgesloten, zo bleek ook uit een arrest van het EHRM uit 2015, het Delfi-arrest. Daarin bepaalde het EHRM dat nieuwssite Delfi terecht aansprakelijk was gehouden voor berichten van haar gebruikers op haar website. Het ging daarbij om haatvolle comments die zouden aanzetten tot geweld. In een arrest uit 2016 genaamd MTE en Index t. Hongarije, heeft het EHRM de aansprakelijkheid weer iets milder uitgelegd. Daarin was een nieuwssite niet aansprakelijk voor de beledigende comments op hun website.

Hoewel het beginsel van niet-aansprakelijkheid voor internetdienstverleners onmisbaar is voor het vrije internet, zullen internetdienstverleners altijd te maken hebben met een bepaalde mate van aansprakelijkheid en een zorgplicht. De koers die Amerika met de FOSTA-SESTA wet inslaat, gaat echter alle redelijkheid en doeltreffendheid te buiten.

 

Namens de redactiecommissie,

Martijn Mensink

  1. Stop Enabling Sex Traffickers Act (SESTA)

    Allow States and Victims to Fight Online Sex Trafficking Act (FOSTA)

  2. SEC. 2.2 https://www.congress.gov/bill/115th-congress/house-bill/1865/text
  3. https://www.bnr.nl/nieuws/juridisch/10343483/nederlandse-sekswerkers-in-de-problemen-door-amerikaanse-wet
  4. https://www.vox.com/culture/2018/4/13/17172762/fosta-sesta-backpage-230-internet-freedom
2018-05-06T18:25:19+00:00mei 6th, 2018|Blog, Governments, IT-recht|

Leave A Comment