LISA – Law & ICT Students’ Association|Bestuur@lisa-groningen.nl

Weet waar je naar linkt!

Home » Auteursrecht » Weet waar je naar linkt!

Weet waar je naar linkt!

Velen van jullie zullen vast wel eens van de zaak GeenStijl/Sanoma hebben gehoord, ook wel bekend als de Playboy-zaak of de Britt Dekker-zaak. Op 8 september 2016 werd er door het Hof van Justitie arrest gewezen in de zaak GeenStijl/Sanoma. De vraag die in deze zaak naar voren kwam, was of het plaatsen van een hyperlink verwijzend naar illegale inhoud een auteursrechtinbreuk oplevert. Ook werd er gekeken onder welke omstandigheden dit dan het geval zou zijn.

In 2014 heeft het Hof van Justitie zich al eens eerder uitgelaten over auteursrechtinbreuk door het gebruiken van hyperlinks. In de Svensson-zaak is bepaald dat het gebruik van hyperlinks naar andere websites geen openbaarmaking oplevert. Dit omdat de hyperlink gericht moet zijn tot een nieuw publiek. Wanneer hyperlinks verwijzen naar websites die in principe voor iedereen te bereiken zijn, is er dus geen sprake van een nieuw publiek. Het Hof van Justitie concludeerde in deze zaak dan ook dat het hyperlinken naar websites waarop werken van anderen vrij beschikbaar zijn, in beginsel toegestaan is.1

Maar nu eerst: hoe zat het ook alweer? In oktober 2011 plaatste GeenStijl een artikel met een hyperlink die leidde naar een website met de uitgelekte Playboyfoto’s van Britt Dekker. De foto’s waren op dat moment nog niet openbaar gemaakt en zonder toestemming van Sanoma, de uitgever van Playboy, in omloop gebracht. Sanoma had GeenStijl meerdere malen verzocht om de betreffende hyperlink te verwijderen. GeenStijl weigerde om hier gehoor aan te geven, waarop Sanoma een procedure is gestart wegens auteursrechtinbreuk.  

In eerste aanleg week de rechtbank af van wat het Hof van Justitie in de Svensson-zaak had bepaald. De rechtbank oordeelde namelijk dat er sprake was van een openbaarmaking die op zichzelf stond en die was gedaan aan een nieuw publiek. Volgens de rechtbank was er geen tot hooguit een klein publiek op de hoogte van de reportage, vanwege het feit dat de reportage nog niet was gepubliceerd. Doordat GeenStijl een hyperlink naar de website met de uitgelekte foto’s plaatste, kon een grote groep mensen hiervan kennis nemen. Tevens beoogde GeenStijl volgens de rechtbank een winstoogmerk, omdat zij de bedoeling had om meer bezoekers naar de website te trekken. Een en ander leidt er volgens de rechtbank toe dat GeenStijl de fotoreportage openbaar heeft gemaakt door gebruik te maken van een hyperlink die hier naar verwijst.2

Het oordeel van de rechtbank staat haaks op de uitspraak van het Hof van Justitie in de Svensson-zaak. In hoger beroep werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd, omdat het Hof vond dat er geen sprake was van een openbaarmaking, aangezien de foto’s – al dan niet moeilijk te vinden – reeds op een website openbaar waren gemaakt. Het handelen van GeenStijl werd echter wel op andere gronden onrechtmatig bevonden. De Hoge Raad heeft deze zaak vervolgens doorverwezen naar het Hof van Justitie, om antwoord te krijgen op de prejudiciële vragen die zij aan het Hof had gesteld:

  1. Is er sprake van een mededeling aan het publiek wanneer een ander dan de auteursrechthebbende door middel van een hyperlink op een door hem beheerde website verwijst naar een door een derde beheerde, voor het algemene internetpubliek toegankelijke website, waarop het werk zonder toestemming van de rechthebbende beschikbaar is gesteld?
  1. Maakt het daarbij ook verschil of het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?
  1. Is het van belang of de hyperlinker op de hoogte is of behoort te zijn van het ontbreken van de toestemming van de rechthebbende voor de plaatsing van het werk op de genoemde website van de derde en, in voorkomende geval, van de omstandigheid dat het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?3

Hier komen we bij het arrest dat het Hof van Justitie op 8 september 2016 heeft gewezen en waar zij antwoord geeft op de vragen die door de Hoge Raad aan het Hof waren gesteld. De verwachting was in eerste instantie dat alles goed zou uitpakken voor GeenStijl. De advocaat-generaal Wathelet heeft dit in zijn conclusie op 7 april 2016 ook nog maar eens onderstreept.4 Om het kort door de bocht te stellen, vraagt de Hoge Raad of het is toegestaan om een hyperlink te plaatsen naar illegale inhoud die vrij op het internet te vinden is. Als uitgangspunt neemt het Hof dat het verschaffen van toegang tot beschermd materiaal in principe geen mededeling is aan publiek, wat dus een auteursinbreuk op zou leveren. Dit geldt, tenzij er aan een tweetal voorwaarden wordt voldaan. Het feit dat er geen toestemming voor een hyperlink naar legale inhoud nodig is, leidt er volgens het Hof toe dat er juist wel toestemming moet worden verleend wanneer het gaat om het hyperlinken naar illegale inhoud.

Het Hof stelt als eerste voorwaarde dat de hyperlinker wist of behoorde te weten dat de plaatsing van zijn hyperlink toegang verschaft tot illegale inhoud. Degene die een hyperlink plaatst moet tot op zekere hoogte onderzoek doen met betrekking tot de illegale inhoud waar hij naar hyperlinkt. Als je dus wist, of behoorde te weten, dat je hyperlinkt naar illegale inhoud dan is er sprake van auteursrechtinbreuk. Kun je dus niet bewijzen dat je meende naar legale inhoud te linken, dan zit je dus wellicht fout.

De tweede voorwaarde die het Hof stelt, is dat de hyperlinker een bepaald winstoogmerk dient te hebben. Wanneer de hyperlinker aantoonbaar hyperlinks plaatst met winstoogmerk, wordt er van hem verwacht dat hij onderzoek doet naar de eventuele illegale inhoud waar naar hij hyperlinkt. In de betreffende zaak had GeenStijl zeker een winstoogmerk en is het hen niet gelukt om aan te tonen dat zij niet op de hoogte waren van het illegale karakter daarvan. Omdat er in deze zaak aan beide voorwaarden wordt voldaan, pleegt GeenStijl dus auteursrechtbreuk volgens het Hof van Justitie.

Wat voor gevolgen heeft dit arrest? De logische gevolgen van dit arrest zijn dat auteursrechthebbenden een betere bescherming genieten en dat er meer risico’s gevormd zijn voor plaatsers van hyperlinks. Wanneer je toch voornemens bent om gebruik te maken van hyperlinks, kan het geen kwaad om enig onderzoek te verrichten naar de inhoud waar je naar linkt. Want ook al weet je niet dat je naar illegale inhoud linkt, het is altijd aan jou om te bewijzen dat je dit ook daadwerkelijk niet wist. Weet dus waar je naar linkt!

Namens de redactiecommissie,

Renée Stobbe

  1. HvJ EU 13 februari 2014, nr. C-466/12.
  2. Rb. Amsterdam 12 september 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX7043(Sanoma/GeenStijl).
  3. HvJ EU 8 september 2016, nr. C-160/15, ro. 24.
  4. HvJ EU 7 april 2016, nr. C-160/15, Concl. A-G, M. Wathelet.
2018-06-03T20:19:40+00:00november 6th, 2016|Auteursrecht, Blog, IT-recht|

Leave A Comment