Blogs

Hoge Raad nu definitief: Deliveroo bezorgers geen zelfstandigen

De langverwachte uitspraak van de Hoge Raad is een paar weken geleden eindelijk bekendgemaakt (ECLI:NL:HR:2023:443). De vraag die voorlag, was of de maaltijdbezorgers van Deliveroo werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, oftewel of ze werknemers waren of zelfstandigen. Deze vraag is van groot belang voor de arbeidsrechtelijke bescherming van de maaltijdbezorgers, zoals het recht op loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en eventuele cao- en pensioenverplichtingen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de maaltijdbezorgers werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst. Dit oordeel sluit aan bij de eerdere uitspraken van de rechters in eerste aanleg en hoger beroep. Deze uitspraak zal naar verwachting grote gevolgen hebben voor de gig-economie en de manier waarop bedrijven met hun werknemers omgaan. Werknemers die eerder als zelfstandigen werden gezien, zullen nu mogelijk in aanmerking komen voor dezelfde arbeidsrechtelijke bescherming als werknemers met een arbeidsovereenkomst. In dit blog ga ik in op de achtergrond van de Deliveroo uitspraak en wat de Hoge Raad uiteindelijk oordeelt over de arbeidsrelatie.

Deliveroo uitspraak: achtergrond en implicaties

In november 2017 heeft Deliveroo een belangrijke wijziging aangebracht in de manier waarop haar maaltijdbezorgers werkten. Voorheen waren de bezorgers werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst, maar vanaf dat moment konden ze alleen nog werken op basis van een overeenkomst van opdracht. Dit leidde tot veel discussie over de kwalificatie van de bezorgers als zelfstandigen. De FNV was het hier niet mee eens en heeft een rechtszaak aangespannen tegen Deliveroo. De FNV voert al geruime tijd strijd tegen bedrijven als Deliveroo, Uber en Temper.[1]

Zakaria Boufangacha, vicevoorzitter FNV: ‘Deze bedrijven beweren dat hun medewerkers zelfstandigen zijn, terwijl in werkelijkheid blijkt dat ze worden aangestuurd en weinig controle hebben over hun tarieven en voorwaarden. Dit betekent dat ze zelfverantwoordelijk zijn voor hun verzekeringen, vrije dagen en pensioenen, maar door het lage tarief dat ze krijgen, kunnen ze dit niet betalen. Hierdoor loopt niet alleen de werknemer, maar ook de maatschappij geld mis, omdat deze bedrijven geen premies betalen voor werknemers- en volksverzekeringen zoals WIA en WW en niet bijdragen aan pensioenfondsen.

Naar aanleiding van deze rechtszaak is er zowel in eerste aanleg als het hoger beroep geoordeeld dat de maaltijdbezorgers wel degelijk werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst en in dienst waren bij Deliveroo. Dit oordeel was gebaseerd op de vier wettelijke vereisten voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst[2]:

  1. Het verrichten van arbeid
  2. Gedurende een zekere periode
  3. Tegen loon
  4. Onder gezag van de werkgever

Het feit dat Deliveroo de bezorgers als zelfstandigen beschouwde, was daarbij niet relevant. De partijbedoeling is sinds 2020 niet relevant voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht.[3]

Deliveroo is tegen dit oordeel in cassatie gegaan bij de Hoge Raad, zij voerde onder andere in cassatie aan dat de bezorgers zich mochten laten vervangen en dat ze de vrijheid hebben om niet te werken. Dit zou niet passen bij een arbeidsovereenkomst volgens Deliveroo.[4] Hoewel Deliveroo inmiddels haar activiteiten in Nederland heeft stopgezet vanaf 1 december 2022, blijft de uitspraak van de Hoge Raad relevant voor de algemene kwalificatievraag of een medewerker, in het bijzonder een platformarbeider, als werknemer of als zelfstandige moet worden beschouwd. Het arrest van de Hoge Raad biedt duidelijkheid over deze kwestie en bevestigt het belang van de vier wettelijke vereisten voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Deze uitspraak heeft daarom implicaties voor andere bedrijven en sectoren die vergelijkbare kwesties hebben met de kwalificatie van hun werknemers.

Oordeel Hoge Raad

De uitspraak van de Hoge Raad over de arbeidsrelatie van de Deliveroo maaltijdbezorgers is duidelijk en heeft grote gevolgen voor vergelijkbare bedrijven zoals Uber en Temper. De Hoge Raad heeft namelijk het oordeel van het gerechtshof Amsterdam in stand gelaten en geconcludeerd dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo werknemers zijn en geen zelfstandigen.[5] Dit betekent dat zij recht hebben op alle arbeidsvoorwaarden die bij een arbeidsovereenkomst horen, zoals verzekeringen, vrije dagen en pensioenregelingen. De Hoge Raad legt uit dat de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. Er zijn diverse omstandigheden die relevant kunnen zijn bij deze beoordeling, zoals de organisatorische inbedding van de werkende in de organisatie van de werkgever en de vraag wie het commerciële risico draagt bij het verrichten van de werkzaamheden. Overige omstandigheden die hierbij van belang kunnen zijn, omvatten onder andere:

  • De aard en duur van de werkzaamheden;
  • De manier waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald;
  • De verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren;
  • De wijze waarop de contractuele relatie tussen partijen tot stand is gekomen;
  • De manier waarop de beloning wordt vastgesteld en uitbetaald;
  • De hoogte van de beloningen;
  • Of de werker zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt, inclusief het aantal opdrachtgevers waarvoor de werker werkt of heeft gewerkt en de typische duur van de opdrachten.[6]

Het gerechtshof Amsterdam heeft aan de hand van alle omstandigheden van het geval al onderzocht of voldaan was aan de eisen van een arbeidsovereenkomst en is daarom volgens de Hoge Raad terecht tot het oordeel gekomen dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo een arbeidsovereenkomst hadden. De Hoge Raad heeft overwogen dat hoewel de vrijheid van de bezorgers om te werken wanneer zij willen en om zich te laten vervangen, door het gerechtshof Amsterdam is onderzocht en gewogen, het hof op grond van andere omstandigheden van het geval toch tot het oordeel kon komen dat sprake was van arbeidsovereenkomsten tussen Deliveroo en de bezorgers. De Hoge Raad heeft daarbij meegenomen dat het praktische belang van de vervangingsmogelijkheid voor de bezorgers gering was.[7]

Het is belangrijk om te benadrukken dat de Hoge Raad op dit moment geen nadere algemene regels of uitgangspunten geeft voor de kwalificatie van een arbeidsovereenkomst. Dit komt omdat dit onderwerp momenteel de aandacht heeft van de Nederlandse en Europese wetgever.[8] De Hoge Raad ziet daarom geen aanleiding voor verdere rechtsontwikkeling op dit punt. Dit betekent dat vergelijkbare zaken nog steeds op individuele basis beoordeeld moeten worden en geen algemene uitspraken gedaan kunnen worden.[9]

Al met al heeft de Deliveroo-zaak geleid tot een uitspraak van de Hoge Raad waarin bepaald is dat de maaltijdbezorgers van Deliveroo werknemers zijn en geen zelfstandigen. De Hoge Raad heeft het oordeel van het gerechtshof Amsterdam in stand gelaten. Het feit dat de maaltijdbezorgers zich konden laten vervangen en vrij waren om zich aan te melden indien en wanneer zij wilden en opdrachten konden weigeren, staan niet in de weg van kwalificatie als arbeidsovereenkomst omdat andere omstandigheden leiden tot het oordeel dat de maaltijdbezorgers arbeid verrichtten in dienst van Deliveroo. De Hoge Raad heeft daarnaast aangegeven dat het afhangt van alle omstandigheden van het geval of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst. Daarbij noemt de Hoge Raad een groot aantal omstandigheden die bij deze beoordeling relevant kunnen zijn, waaronder de organisatorische inbedding van de werkende in de organisatie van de werkgever en de vraag wie het commerciële risico draagt bij het verrichten van de werkzaamheden.

Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor de toekomst van de zogenaamde ‘platformeconomie’ en de manier waarop bedrijven omgaan met hun medewerkers. Bedrijven zullen nu extra goed moeten kijken naar de arbeidsrelatie met hun werknemers om te voorkomen dat zij in de toekomst ook te maken krijgen met rechtszaken over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.

Namens de Redactiecommissie,

Yong Hui Zhou

[1] ‘Uitspraak Hoge Raad Deliveroo’, fnv.nl 24 maart 2023.

[2] Art. 7:610 BW.

[3] ECLI:NL:HR:2020:1746.

[4] ‘Hoge Raad: oordeel hof dat bezorgers Deliveroo arbeidsovereenkomst hadden blijft in stand’, hogeraad.nl 24 maart 2023.

[5] HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443, r.o. 3.14.

[6] HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443, r.o. 3.2.5.

[7] HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443, r.o. 3.3.5.

[8] Voortgangsbrief Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Staatssecretaris van Financiën, 16 december 2022, 2022-0000292130; Hoofdlijnenbrief Arbeidsmarkt Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 5 juli 2022, 2022-0000148422; Kabinetsreactie rapporten ARK en ADR, 24 juni 2022, 2022-0000177660; Richtlijnvoorstel betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk, COM(2021)762.

[9] HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443, r.o. 3.2.6.


Gegevensuitwisseling met Amerika: EU-U.S. Data Privacy Framework
19aug

Gegevensuitwisseling met Amerika: EU-U.S. Data Privacy Framework

De Europese Commissie heeft op 10 juli 2023 een belangrijke stap gezet om de overdracht van persoonsgegevens tussen de Europese Unie...

Overal camera’s: de toekomst of onnodig privacyrisico?
06feb

Overal camera’s: de toekomst of onnodig privacyrisico?

Op straat hangen vaak camera’s. Bijvoorbeeld in uitgaansgebieden mogen gemeenten met camera’s toezicht houden. De politie mag deze...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen